Funderingsinspectie

Beoordelen kwaliteit van de fundering.

Funderingsinspectie

Een funderingsinspectie is een doeltreffend middel om de kwaliteit van de fundering nu en in de toekomst te kunnen beoordelen.  Een funderingsinspectie kan bestaan uit de volgende onderdelen. De uit te voeren onderdelen  is  afhankelijk van de situatie en de noodzaak.


  1. Archiefonderzoek.     Het verzamelen van bouwkundige informatie van het pand bij het Gemeentearchief.
  2. Visuele inspectie.     Door het inspecteren van het pand wordt een eerste indicatie verkregen over de mogelijke kwaliteit van de fundering.
  3. Lintvoegmeting en vloerwaterpassing.     Met een lintvoegmeting wordt de hoogteligging van een doorgaande horizontale voeg in het metselwerk van de buitengevels vastgesteld. Ervan uitgaande dat de lintvoeg oorspronkelijk horizontaal heeft gelegen, ontstaat een beeld van het zakkingsverschil dat sinds de bouw in de fundering van het pand is opgetreden.
    Met een vloerwaterpassing wordt de scheefstand van de vloer vastgelegd langs de muren. Beide metingen zijn niet nauwkeurig genoeg om herhaald te worden.
  4. Nauwkeurigheidswaterpassing.     In de buitengevels van het pand worden meetpunten geplaatst. De hoogten van deze meetpunten worden nauwkeurig gemeten. Door deze meting regelmatig (b.v. 1 x per jaar) te herhalen wordt informatie over de zakkingssnelheid van de meetpunten verkregen.
  5. Grondonderzoek.     Door het uitvoeren van een sondering wordt informatie verkregen over de bodemopbouw, de grondsoorten en de draagkracht van de bodem.
  6. Proefbelasting houten paal.     Door het uitvoeren van een proefbelasting kan de draagkracht van een paal worden vastgesteld.
  7. Funderingsinspectie.     Door het graven van een inspectieput , meestal bepaald aan de hand van een lintvoegmeting) kan de fundering visueel worden geïnspecteerd. Gelet wordt op eventuele breuk of vervorming van de funderingsonderdelen. De fundering wordt ingemeten en gefotografeerd. De grondwaterstand wordt vastgesteld. De hardheid van het hout wordt bepaald met de Pylodin-slaghamer.
  8. Houtonderzoek.     Afhankelijk van de hardheid van het hout kunnen er houtmonsters worden genomen. Dit is voor de bepaling van de houtsoort, het type en de mate van aantasting door bacteriën en schimmels en de overgebleven draagkracht.
  9. Beoordelingsrapport en advies.    In dit rapport worden de resultaten van de afzonderlijke onderdelen van het funderingsonderzoek gepresenteerd. Op basis hiervan wordt de kwaliteit van de fundering beoordeeld en wordt advies gegeven hoe te handelen in de toekomst.

Meten

Zakkingsnelheidsmeting, door het plaatsen van meetpunten (meestal in de voorgevel). Een meetpunt (of meetbout) is een roestvrijstalen staafje of boutje dat in de muur wordt gelijmd. Door de meetpunten met tussenpozen (van bijvoorbeeld 1 jaar) te meten ten opzichte van een referentiepunt wordt de zakkingsnelheid van het pand gemeten.



Positieve meetwaarden  ( lage zakkingsnelheid) bieden echter geen zekerheid over de kwaliteit van de houtconstructie. Ook bij langdurige zakkingmetingen (jaren) ontstaat geen betrouwbaar beeld door het langzame proces van aantasting. De enige zekerheid is, dat wanneer een pand langdurig snel zakt de fundering slecht is.


Een lage zakkingsnelheid geeft aan dat het  draagvermogen van de zandlaag (waarop gefundeerd is) goed is.  

Metingen over een korte periode (korter dan 1 jaar) worden gedomineerd door de meetonnauwkeurigheid. De meetnauwkeurigheid is circa 0,3 mm.

Een acceptabele zakkingsnelheidrange is ongeveer 0,1 tot 1,5 mm per jaar. Dit alleen geeft echter nog geen zekerheid over de kwaliteit van de constructie.

Een 19e-eeuwse fundering die sneller zakt dan 2,5 mm per jaar, over meerdere jaren, is  waarschijnlijk slecht.

Bij zakkingsnelheden van meer dan 8 mm per jaar worden er meestal noodmaatregelen genomen.Funderingsinspectie.nl


-

-